image1 image2 image3 image4

De Jonge Garde

"Het bleek dat er veel belangstelling was voor deze nieuwe vereniging"

Op 23 april 1948werd officieel de eerste groep van de Jonge Garde gestart met ongeveer 30 meisjes. Dit onder leiding van Net Hanraets en An Hendriks, met als geestelijk adviseur Pastoor J. Nabben. Toen in 1950 Pastoor W. Hillebrandt de zielenherder van Maasbree werd, bleek deze niet erg ingenomen met deze club. “De meisjes konden zich beter wijden aan het 40 uren gebed en aan de bijeenkomsten van de Maria Congregatie”. Wat voor de kerk erg belangrijk was. Zelfs vanuit de preekstoel liet Pastoor Hillebrandt duidelijk zijn bedenkingen horen. Ondanks dat, en met ‘morele’ steun van Kapelaan L. Theunissen, bleek dat er heel veel belangstelling was voor deze nieuwe vereniging en kwam er al snel een tweede groep bij. Ook de ouders waren erg ingenomen met “de Garde” hetgeen bleek op de zeer druk bezochten ouderavonden. Bij deze gelegenheden stak de hele groep in het groene Garde uniform, dat door gebrek aan financiën door de leidster zelf was gemaakt. De contributie was toen ƒ 0,10 (guldencent) per bijeenkomst, een gekocht uniform kosten ± ƒ 14,00 (gulden). Dit was erg veel, maar door de vlijt van de leidsters was Maasbree de eerste Garde van het district dat met trots een uniform droeg. De groepen waren opgedeeld in “Rondes” (teams) een Ronde bestond uit 6 á 8 meisjes en hadden een Rondeleidster. Er werden allerlei activiteiten georganiseerd zoals: bezinningsdagen, cursussen, installatiefeesten voor nieuwe groepen, bezoek Wimpelfeesten en Maria-, kerst- en Sinterklaas feesten. Om als leidster te mogen optreden moest je van de diocesane leiding, eerst een week op training in Meersen.

Een van de hoogtepunten was destijds "een week op bivak" wat in die tijd iets nieuws was bij de Jonge Garde. Het buiten leven in de natuur, samen het bivak opbouwen, koken, samen spelen, dit alles was iedere dag een nieuwe gebeurtenis en bracht de leden kameraadschap en hulpvaardigheid. In de zomer van 1954 was er een polio-epidemie in Nederland. Vanuit het hoofdbureau in Meersen werd het advies gegeven niet op kamp te gaan. Echter was het kamp al volledig voorbereid en hadden de meisjes van de Maasbreese Garde lang gewerkt naar dit jaarlijks hoogtepunt. In overleg met dokter van Leer, hebben de meiden als nog hun plunjezakken gepakt en zijn toch op kamp gegaan. De diocesane leiding, betitelde dit al een zeer eigenzinnige, ‘echten Maasbreese’ actie. Het kamp is verder goed gegaan en alle meisjes zijn weer veilig en gezond thuis gekomen.

Zonder medeweten van de oprichters (hoofdleidsters) werden door Pastoor Hillebrandt nieuwe leidsters naar Meersen gestuurd om een cursus te volgen. Dit resulteerde dat de eerste hoofdleiding na jarenlang opkomen voor de Maasbreese meisjes - onvrijwillig - door Pastoor aan de kant werd gezet.

Financiële zorgen waren er ook. Hiervoor werden enkele activiteiten zoals een fancy-fair georganiseerd, of het deur aan deur verkopen van zelfgebakken wafels.

Devies Jonge Garde

"Wij durven en dienen"