image1 image2 image3 image4

Jong Nederland, Gilde Sint Aldegundis Maasbree

"In 1950 werd de oude blokhut, van de Jonge Wacht wederom in gebruik genomen. De familie Muysenberg had inmiddels een eigen woning en de blokhut herrees voor de derde keer. Dit keer aan de Kerkdijk op de Breukerheide.

De 'nieuwe' jongensvereniging (1949)

Na de oorlog werd door toedoen van Handrie Lintjes, Teun Thijsen en Harry Hoeymakers Jong Nederland Gilde Sint Aldegundis Maasbree opgericht als voortzetting van de vooroorlogse Jonge Wacht. Deze “nieuwe” jongensvereniging kwam, mede door het enthousiasme van Kapelaan Theunissen, weer tot grote bloei. Teun Thijssen had samen met de oud-leiders van de Jonge Wacht, enkele jongelui bereid gevonden voorlopig op te treden als leider van Jong Nederland. Er werd gestart met een groep jongens uit de hoogste klas van de toenmalige lagere school. De pas benoemde Kapelaan Theunissen was meteen bereid om als aalmoezenier op te treden, en mede door zijn toedoen werd contact gezocht met de diocesane leiding in Meerssen, om iets te vernemen omtrent de nieuwe opbouw en organisatie van de jeugdbeweging. Enkele leiders van de diocesane staf waren bereid om een groepsbijeenkomst te leiden, en verdere technische en praktische aanwijzingen te geven.

Van de districtsleiding te Helden ontving de staf van Maasbree nog wat instructies, en zo kon de eerste bijeenkomst van start gaan. De eerste bijeenkomsten hadden veelal nog het karakter van een gezellig samenzijn, doch langzaamaan begon de afdeling Maasbree meer naar het echte jeugdwerk toe te groeien. Speurtochten werden uitgezet, veldspelen beoefend, en in kleiner verband werden diverse groepsleiders nader geïnstrueerd over het werk in de jeugdbeweging.

Blokhut

Vlak na de oorlog was er geen blokhut meer. De blokhut van de voormalige Jonge Wacht die was gelegen aan de Breestraat, was in de oorlog afgebroken en verhuisd naar het Lang Hout voor het “tijdelijk” onderkomen voor de familie Muysenberg, die hun eigen woning door oorlogsgeweld verloren hadden.

Het gebrek aan een blokhut werd gedeeltelijk opgevangen door bij slecht weer de bijeenkomsten te houden in het patronaat. De contacten met de diocesane en districtsleiding werden uitgebreid en inmiddels was Sraar Hendriks al bezig met het volgen van de cursus tot aanstelling van leider. Zo groeide Jong Nederland Maasbree door.

In 1950 werd de oude blokhut, van de Jonge Wacht wederom in gebruik genomen. De familie Muysenberg had inmiddels een eigen woning en de blokhut herrees voor de derde keer. Dit keer aan de Kerkdijk op de Breukerheide. Rondom de blokhut was een speel en voetbalveld gelegen, en zo konden de groepen onafhankelijk van elkaar bijeenkomst draaien.

De bijeenkomsten werden toen alleen nog maar op zondag gehouden. Deze duurden van half twee tot zes uur. In 1958 was “de Blokhut” aan verbouwing toe. Het houtwerk buitenom werd vervangen door steen.

Vanaf de zesde klas (nu groep 8) van de lagere school kon men zich laten inschrijven als aspirant lid. Iedere groep bestond uit ± 25 leden en was verdeeld in vier Vendels van zes tot acht personen. Het Vendel zelf koos een patrouilleleider en een assistent patrouilleleider. Voor alle opdrachten kreeg ieder Vendel per bijeenkomst een aantal punten. De Vendels streefde naar zo hoog mogelijke scoren. Verder diende elk lid apart een eisenkaart af te werken. Nadat iedereen van een groep aan alle eisen had voldaan werd de groep geïnstalleerd en kregen de kinderen een uniform. Vanaf dat moment moest je ook in uniform op de bijeenkomst komen. Ook werden deze uniformen gedragen tijdens kerkelijke vieringen en processies.

De groepen bleven maar groeien. Een groep van 30 a 40 man was in die tijd heel gewoon. Elke groep had ook z'n eigen naam. Zo kende men bijvoorbeeld de “Franciscusgroep" de "Hubertusgroep" of de “Johannesgroep”. Later noemde de groepen zich naar vogels of echte "Britse" (Maasbreese) taaluitdrukkingen. De Kieviten, Sperwers en de Koelemoëters zijn hier voorbeelden van.

We zijn inmiddels beland in 1961. Daar komen in het archief van Jong Nederland Maasbree weer de eerste gegevens vrij, het correspondentie adres van zowel de KJB (Katholieke Jeugd Beweging) en van het gilde was toen bij Gerit Engels samen met aalmoezenier Kapelaan J. Vleeshouwers. De gehele ingeschreven staf bestond uit acht man waarvan één aalmoezenier, één gildeleider, twee hopmannen en vier leiders. Het aantal leden op dat in 1961 mee op kamp in Beaxem ging, bestond uit 72 jongens. In 1962 ging de Jonge Garde samen met Jong Nederland voor het eerst gezamenlijk in Harderwijk op stap. Het zomerkamp in 1962 was in Neeritter en werd dit keer gewonnen door “de Kieviten” De bezochte kampplaatsen en de winnende groep kwamen op een kampvaantje te staan. Dit zelfde vaantje wordt nu nog steeds gebruikt en in ere gehouden.

Als we verder het archief in duiken zien we dat in 1963 de functie van aalmoezenier vacant is. In 1964 wordt Kapelaan A. Versleyen als aalmoezenier aangesteld. In dat zelfde jaar werden de eerste getypte inschrijfformulieren verzonden naar het Nationaal bureau in ’s Gravenhagen. In 1967 werd Piet Simons de hoofdleider van Jong Nederland Maasbree.

Het 20 jarig jubileum werd in 1969 gevierd. De feestelijke activiteiten bestonden uit een spelentocht en film. Uiteraard werd er voor Maasbree een receptie met aansluitend een feestavond gehouden. Op het zomerkamp van dat jaar mochten de leden op excursie naar de 7-up fabriek. Wieke Grubben dronk zich met 17 flesje van deze, toen behoorlijke zoete en koolzuurhoudende drank, behoorlijk ziek.

Koken op weekenden was behoorlijk beperkt. Menig leider kwam niet verder dan het bakken van een ei. Dit was in 1970 de aanleiding om met z’n allen naar de huishoudschool in Baarlo te gaan voor een kookcursus. Vanaf die tijd kwamen er complete maaltijden op op tafel tijdens de weekeinde.

Op de kampen had men een kookstaf die voor het natje en het droogje zorgde. Elke morgen havermoutpap. In een grote rij, gingen de leden met het bord in hun hand langs de keuken(tent) en kregen een enorme lepel van dit “kleverig spul” op hun bord “gekwakt”. De kunst was om achteraan in de rij te staan. Dan had je de kans om mee te genieten van de aangebrande suiker onder in de ketel wat de havermoutpap enigszins lekker maakte.

Ieder lid moest de wet kennen. Voor aanvang van elke bijeenkomst stonden de groepen voor de grote open haard in carré. Na het “Weesgegroetje” en “Onze Vader”, moest ook deze wet opgezegd worden voordat de activiteiten konden beginnen.

De wet van Jong Nederland

Een jong Nederlander is:
-een goed kameraad.
-bereid om anderen te helpen.
-sportief bij alles wat hij doet.
-trouw aan zijn gegeven woord.
-opgewekt en blij.